Toelaten / Accepteren wat er is / Omgaan met ongewenste ervaringen

Er is een verhaal over een koning die drie zonen had. De eerste was knap en heel geliefd. Toen hij 21 was, liet zijn vader een paleis in de stad voor hem bouwen. De tweede zoon was intelligent en ook heel geliefd. Toen hij 21 werd, liet zijn vader ook voor hem een paleis in de stad bouwen. De derde zoon, knap noch intelligent, was nors en niet bepaald geliefd. Toen hij 21 was, zeiden de raadslieden van de koning: ‘Er is geen plaats meer in de stad. Laat buiten de stad een paleis voor uw zoon bouwen. U kunt er een bastion van laten maken en een paar van uw wachten sturen om te verhinderen dat het wordt aangevallen door schurken die zich buiten de stadsmuren ophouden.’

De kok van vorst Wen Hui

De kok van vorst Wen Hui
was een os aan het slachten.
Hij strekte zijn hand uit
en daar viel een schoft,
hij zette zijn voet neer,
gaf druk met zijn knie,
en de os viel uiteen.
Fluisterend als een lentebries
deed zijn scherpe mes zijn werk.
Ritme! Het juiste moment!
Als een heilige dans,
als een landelijk liedje,
als oeroude harmonieën!

Een Rabbi

Een rabbi werd eens gevraagd waarom hij ondanks zijn vele bezigheden zo kalm was. Hij zei:

Als ik sta dan sta ik.
Als ik ga dan ga ik.
Als ik zit dan zit ik.
Als ik eet dan eet ik.
Als ik praat dan praat ik.

FaLang translation system by Faboba